Afkortingen en Begrippen in Weidevogelbeheer
Bij weidevogelbeheer worden veel afkortingen en specifieke termen gebruikt die voor nieuwkomers lastig kunnen zijn. Op deze pagina vind je een overzicht van de meest voorkomende afkortingen zoals LMB én belangrijke woorden zoals broedseizoen, nestvlieders en graslandbeheer, die verder worden uitgelegd in de veelgestelde vragen
Termen
Weidevogels
-
Kievit
-
Grutto
-
Wulp
-
Tureluur
-
Scholekster
-
Veldleeuwerik
-
Kwartel
-
Grote Plevier
-
Kleine Plevier
-
Watersnip
-
Rietgors
Plasdras
Plas-drasgebieden zijn:
-
Open graslanden of weilanden die in het voorjaar tijdelijk onder water staan of erg nat zijn
-
Ideaal voor broedende weidevogels zoals kievit, grutto, wulp en tureluur
-
Rijk aan insecten en wormen, waardoor er veel voedsel is voor volwassen vogels en kuikens
Deze natte plekken ontstaan vaak door hoge waterstanden of speciaal beheer om het gebied vochtig te houden voor weidevogels.
Wulpenraster
Een wulpenraster is een speciaal afgebakend veld in een weiland om broedende wulpen te beschermen. Dit raster werkt vaak als volgt:
Afmetingen:
Het raster wordt meestal 6×6 meter of 8×8 meter opgezet.
Dit creëert een duidelijk afgebakend broedgebied dat gemakkelijk te beheren is.
Afzetting met stroomdraden:
Rond het raster worden 5 stroomdraden gespannen op verschillende hoogtes.
De draden staan onder een lage spanning (veilig voor vogels, maar voelbaar voor predatoren zoals vossen of katten).
Hierdoor blijven roofdieren uit het gebied en hebben de kuikens en eieren meer kans om te overleven.
Doel:
Bescherming van broedende vogel zoals de wulp
Rustig gebied om eieren en jonge kuikens veilig te laten opgroeien.
Voorkomen van predatie door kleine roofdieren die het raster voelen of niet over de draden kunnen springen zoals de vos
Gebiedsraster
Een gebiedsraster is een groot afgebakend terrein dat speciaal wordt ingericht om weidevogels te beschermen en broedsucces te verbeteren.
Kenmerken en inrichting
Afzetting:
Het hele gebied is omheind met 5 tot 7 stroomdraden op verschillende hoogtes.
Dit houdt roofdieren zoals vossen en katten buiten het raster.
Binnen het raster worden schotten in sloten zodat er geen predatoren door de sloot gaan
Beheer:
Het gebied kent verschillende beheerpakketten die tegelijkertijd worden uitgevoerd, bijvoorbeeld:
Plas-drasbeheer voor voedselrijke, natte zones
Beperkt maaien of beweiden op veilige momenten
Predatiereductie (schotten, rasters)
Broedbescherming:
Zo kunnen weidevogels zoals wulp, kievit, grutto, tureluur en scholekster veilig broeden.
Doel:
Rust en veiligheid voor alle vogels in het gebied
Maximaal broedsucces door predatie en verstoring te beperken
Monitoren van populaties en beheermaatregelen
Beheer
Beheer betekent: het actief verzorgen en inrichten van een gebied om het geschikt te maken en te houden voor weidevogels.
Predatoren
Predatoren zijn dieren die eieren, kuikens of soms volwassen weidevogels opeten. Omdat weidevogels op de grond broeden, zijn ze extra kwetsbaar.
Hieronder de belangrijkste predatoren in Nederland:
🦊 Zoogdieren
-
Vos – belangrijkste predator van eieren en kuikens
-
Steenmarter – rooft nesten en kuikens
-
Bunzing
-
Hermelijn
-
Wezel
-
Bruine rat – vooral eieren
-
Verwilderde kat – kuikens en soms volwassen vogels
🐦 Roofvogels en kraaiachtigen
-
Zwarte kraai – belangrijke eierrover
-
Ekster
-
Roek
-
Buizerd – jaagt op kuikens
LMB
Last Minute Beheer (LMB)
Wat het is:
Last Minute Beheer (LMB) is een “noodpakket” van beheermaatregelen dat snel kan worden uitgevoerd om weidevogels te beschermen tijdens hun meest kwetsbare fase: het broedseizoen.
Praktische toepassing:
-
Als een boer een bepaald deel van zijn grasland niet maait om nesten en kuikens te beschermen, valt dit onder LMB.
-
Ook andere korte-termijn maatregelen zoals het plaatsen van broedrastertjes of schotten in sloten horen erbij.
Vergoeding:
-
Voor deze inspanning krijgt de boer een financiële vergoeding.
-
Zo wordt het aantrekkelijk gemaakt om flexibel beheer toe te passen en broedende vogels een veilige plek te geven.
Doel:
-
Maximaal broedsucces voor weidevogels zoals kievit, grutto, wulp, tureluur en scholekster.
-
Flexibiliteit voor boeren, zodat landbouw en natuurbeheer gecombineerd kunnen worden.
Broedseizoen
Broedseizoen
Het broedseizoen is de periode waarin vogels hun eieren leggen, uitbroeden en hun jongen verzorgen tot ze zelfstandig kunnen overleven. Voor weidevogels is dit de meest kwetsbare fase van hun leven.
Kenmerken van het broedseizoen bij weidevogels
Timing
Begint meestal in maart of april en loopt door tot juni.
De exacte periode hangt af van de soort en het weer.
Nest en eieren
De vogels broeden meestal op de grond in open graslanden of natte weilanden.
Ze maken een onopvallend kuiltje, soms bekleed met gras of andere plantendelen.
Aantal eieren: meestal 3–4 per legsel, soms 2–5 afhankelijk van de soort.
Broedduur
Afhankelijk van de soort:
Kievit: 26–28 dagen
Grutto: 22–24 dagen
Wulp: 28–30 dagen
Tureluur: 23–25 dagen
Beide ouders of vooral het vrouwtje broeden en beschermen het nest.
Jonge vogels
Veel weidevogels zijn nestvlieders: de jongen kunnen kort na het uitkomen al lopen en voedsel zoeken.
Ze blijven afhankelijk van de ouders voor bescherming en begeleiding.
Na ongeveer 4–6 weken kunnen de meeste kuikens vliegen.
Bedreigingen tijdens het broedseizoen
Maaien van grasland
Predatie door vossen, kraaien, marters of katten
Verstoring door mensen of landbouwmachines
Slecht weer of voedseltekort
Belang voor weidevogelbeheer
Het broedseizoen is de reden voor maatregelen zoals:
Last Minute Beheer (LMB)
Plas-dras creëren
Broedrastertjes en gebiedsraster
Door het broedseizoen te respecteren en maatregelen te nemen, krijgen de vogels de grootste kans op succesvol grootbrengen van hun jongen.
Kort gezegd:
Het broedseizoen is de kritieke periode waarin weidevogels hun eieren en jongen beschermen en waarop beheermaatregelen zoals LMB gericht zijn.
Nestvlieders
Nestvlieders zijn vogels waarvan de jongen kort na het uitkomen van de eieren al zelfstandig kunnen lopen en zich buiten het nest kunnen bewegen. Ze verlaten vaak al binnen een dag het nest.
Kenmerken van nestvlieders
Direct mobiel
Ze kunnen al snel lopen en voedsel zoeken.
Bij veel weidevogels zoals kievit, grutto, wulp en tureluur betekent dit dat de jongen niet in het nest blijven zitten.
Bescherming door ouders
De ouders begeleiden en beschermen de jongen tegen roofdieren.
Ze waarschuwen met alarmkreten en leiden de kuikens naar veilige plekken.
Soms imiteren ze een gebroken vleugel om roofdieren af te leiden.
Voeding
Nestvlieders pikken zelf insecten, wormen en kleine larven uit het gras of de bodem.
Ze zijn afhankelijk van het voedselrijke gebied dat de ouders hebben uitgekozen.
Vliegvermogen
De jongen kunnen meestal pas na 4–6 weken vliegen, afhankelijk van de soort.
Tot die tijd blijven ze kwetsbaar, vooral door maaien, predatie en slecht weer.
Voorbeelden van nestvlieders
Kievit (Vanellus vanellus)
Grutto (Limosa limosa)
Wulp (Numenius arquata)
Tureluur (Tringa totanus)
Scholekster (Haematopus ostralegus)
Kort gezegd:
Nestvlieders zijn weidevogelkuikens die snel mobiel zijn en zelf voedsel zoeken, maar nog bescherming van de ouders nodig hebben tot ze kunnen vliegen.
Nestbeschermers voor kievit
Kieviten broeden op de grond in open grasland of akkers, waardoor hun eieren en kuikens erg kwetsbaar zijn voor predatoren en verstoring. Daarom worden nestbeschermers in de vorm van ronde kooien gebruikt.
Kenmerken:
Vorm en grootte: rond, ongeveer 92 cm in diameter
Materiaal: betonstaal of stevig gaas
Doel: bescherming van de eieren tegen predatoren zoals vossen, marters, kraaien of katten
Plaatsing: direct over het nest gelegd, zodat de vogels er nog bij kunnen, maar roofdieren worden geweerd
Extra bescherming: vaak gecombineerd met kleine rastertjes of markering van het nest zodat boeren of beheerders weten waar niet gemaaid mag worden
Werking:
De kievit kan normaal op het nest blijven zitten en de kuikens kunnen veilig uitkomen
Roofdieren kunnen de eieren niet pakken door het gaas
Zorgt voor hoger broedsucces in kwetsbare landbouwgebieden
Kortom: de ronde 92 cm nestkooi is een effectieve fysieke maatregel om kievitnesten te beschermen tegen predatie en verstoring, terwijl de vogels vrij kunnen blijven broeden.
Beheerpakketten
Beheerpakketten zijn sets van maatregelen die boeren kunnen uitvoeren op hun percelen om natuurdoelen te bereiken, zoals het verbeteren van leefgebied voor weidevogels. Voor elk pakket krijgt de boer een vergoeding als hij aan de voorwaarden voldoet. BNWO biedt verschillende beheerpakketten aan per leefgebied.
Belangrijke beheerpakketten voor weidevogelgebieden (Open Grasland)
De beheerpakketten zijn vooral bedoeld om een mozaïek van leeftypen te creëren waarop weidevogels goed kunnen broeden en opgroeien.
⦿ Plas‑dras en watermaatregelen
-
Creëren of behouden van vochtig grasland, plas‑dras gebieden of iets hoger waterpeil, ideaal voor voedselrijke plekken en kuikenoverleving.
-
Belangrijk gedurende het hele broedseizoen (vanaf aankomst vogels tot kuikens).
-
Werkt als „magnetisch” voedsel‑ en rustgebied voor weidevogels.
⦿ Doorwaadbaar kuikenland / rustbeheer
-
Grasland dat geschikt is om kuikens doorheen te laten lopen en veilig voedsel te vinden.
-
Kan bestaan uit:
• Grasland met rustperiode (uitgestelde maaidatum)
• Kruidenrijk grasland met open structuur
• Beperkte bemesting om dichte vegetatie te voorkomen -
Dit doel wordt bereikt door maatregelen zoals ontwikkelingsbeheer en graasmaaibeheer.
⦿ Beweidingsbeheer
-
Extensieve beweiding door vee (zoals melkvee, schapen of paarden).
-
Zorgt voor variatie in graslengte; belangrijk voor kuikens en insecten.
-
Er zijn verschillende varianten, afhankelijk van vee‑soort en intensiteit.
⦿ Mozaïekvergoeding
-
BNWO stimuleert een cluster van verschillende beheermaatregelen dicht bij elkaar (max. 200 m tussen eenheden).
-
Dit zogenaamde mozaïekbeheer levert een extra vergoeding op omdat het effectief bijdraagt aan de levenscyclus van weidevogels.
Andere soorten beheerpakketten binnen BNWO
Naast open grasland (weidevogels) kent BNWO ook pakketten voor andere leefgebieden:
-
Dooradering – voor landschapselementen, amfibieën en ruige graslandvogels
-
Klimaat – maatregelen die bijdragen aan klimaatbuffering en biodiversiteit
-
Plantenrich grasland en andere gespecialiseerde varianten
De exacte inhoud en vergoeding van pakketten worden jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd door BNWO, zoals de lijst met Beheerpakketten Open Grasland 2026.
Hoe werkt dit voor boeren?
-
Een boer kiest één of meerdere pakketten die passen bij zijn bedrijf en percelen.
-
BNWO beoordeelt deze keuze en bundelt alle beheermaatregelen op gebiedsniveau.
-
Na goedkeuring van de provincie wordt een beheercontract afgesloten.
-
Indien de boer de voorwaarden uitvoert, ontvangt hij een vergoeding.
Samengevat – BNWO beheerpakketten voor weidevogels
-
Plas‑dras en waterbeheer
-
Grasland met rustperiodes en kruidenrijk grasland
-
Extensieve beweiding
-
Mozaïekbeheer (combinatie van maatregelen)
Deze pakketten stimuleren een gevarieerd agrarisch landschap met genoeg voedsel, rust en veilige plekken voor weidevogels om succesvol te broeden en op te groeien.
BLVM
Wat doet de Boerenlandvogelmonitor?
De BLVM wordt gebruikt om:
📌 De aantallen vogels te tellen
Hoeveel weidevogels er zijn op verschillende percelen of gebieden
Of de aantallen jaar op jaar toe- of afnemen
📌 Broedsucces te beoordelen
Hoeveel jongen er per paartje uitkomen en overleven
Of nesten succesvol zijn of mislukken (bijvoorbeeld door predatie of maaien)
📌 Effect van beheer te meten
Of maatregelen zoals plas‑dras, later maaien of nestbescherming resultaat opleveren
Of beheerpakketten effectief zijn voor soorten als grutto en kievit
📌 Trends en ontwikkelingen te volgen
Per gebied, per boer, per jaar
Vergelijking tussen gebieden met en zonder intensief beheer
Waarom is de Boerenlandvogelmonitor belangrijk?
Hij objectief en systematisch meten wat er gebeurt met boerenlandvogels.
Hij helpt beheerders, boeren en natuurorganisaties om beslissingen te nemen op basis van cijfers.
De monitor vormt een belangrijke basis voor beleid en beheer:
✔ Wat werkt goed?
✔ Welke maatregelen hebben het meeste effect?
✔ Waar moeten we meer actie nemen?
Wie gebruikt de BLVM?
Gebiedscollectieven zoals BNWO (Boerennatuur Noordwest Overijssel)
Provincies en waterschappen
Onderzoekers en ecologen
Boeren die meedoen aan beheerpakketten
Foto gemaakt door: Ton Valk
Datum: 19 Februari 2026